Jonge mantelzorgers structureel inpassen in CJG
Bron: VWS
Sleutelwoorden: mantelzorgers
Ze zijn niet altijd direct zichtbaar, maar Nederland kent veel jonge mantelzorgers. “Een kwart van de jongeren moet zorgen voor een ziek familielid thuis. Dit verdient structurele aandacht van gemeenten”, stelt Marloes Hooimeijer van Mezzo. “Bijvoorbeeld door jonge mantelzorgers als specifieke doelgroep te benoemen in het Wmo-beleid en ze als doelgroep een vaste plek te geven binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin.”
Marloes Hooimeijer is senior beleidsmedewerker ‘Jonge Mantelzorgers’ bij Mezzo. De Landelijke Vereniging voor Mantelzorgers en Vrijwilligerszorg pleit al langer voor blijvende aandacht voor jonge mantelzorgers en ziet aanknopingspunten nu de landelijke ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin doorzet. “In recente Jeugdmonitoren geeft een kwart van de jongeren (12-15 jaar) aan op te groeien met de structurele zorg voor een ziek familielid thuis. Ze lopen er niet mee te koop, maar het heeft bewezen grote gevolgen voor de manier waarop ze opgroeien op korte en op lange termijn. Bij jonge mantelzorgers zien we vaak problemen in de persoonlijke ontwikkeling en het ontplooien van de eigen identiteit. Dit kan zich uiten in zichzelf wegcijferen, schuld- en schaamtegevoelens, schoolverzuim en alcohol- en drugsmisbruik.”
Basisfuncties
Op lange termijn hebben jonge mantelzorgers moeite hun rol in de maatschappij te vinden en ze kampen vaak met psychische problemen, zoals depressies. “Ze kunnen zich moeilijk losmaken van de zorgsituatie thuis en gaan bijvoorbeeld zo dicht mogelijk bij huis studeren. In relaties vallen ze snel in de bekende zorgrol”, zegt Marloes Hooimeijer. “Inmiddels wordt algemeen erkend dat deze jongeren extra aandacht verdienen. Bovendien sluit het aan bij bestaand beleid. Toenmalig staatssecretaris Bussemaker van VWS heeft jonge mantelzorgers al eerder expliciet als risicogroep benoemd.”
Wmo
Volgens Hooimeijer is in deze problematiek voor gemeenten een belangrijke taak weggelegd. “Gemeenten kunnen een voortrekkersrol spelen in de ondersteuning van jonge mantelzorgers. Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hebben gemeenten immers een regierol in het ondersteunen en stimuleren van de kwetsbaren in de maatschappij. Iedereen moet kunnen deelnemen aan de samenleving. Ook jonge mantelzorgers.”
Wmo-prestatievelden
Op de vraag wat er voor nodig is om jonge mantelzorgers te laten meedoen in de maatschappij, antwoordt Hooimeijer tweeledig. “Om hen gezond te laten opgroeien, moeten we enerzijds preventief signaleren. Liefst met hulp van partijen als jeugdgezondheidszorg, huisartsen, GGZ Preventie en onderwijs. Anderzijds moet er een laagdrempelig ondersteuningsaanbod beschikbaar zijn, met als belangrijke ingrediënten erkenning van de situatie, ontlasten, informeren en lotgenotencontact. De Wmo geeft gemeenten bij uitstek de taak dit te faciliteren en regisseren. Zij kunnen jonge mantelzorgers benoemen in de prestatievelden 2 of 4 van de Wmo. En structureel betrekken bij de ontwikkeling van een CJG.”
CJG-structuur
“Juist de CJG-structuur is uitermate geschikt om de samenwerking rondom jonge mantelzorgers en hun gezinnen te verbeteren. Toenmalig minister Rouvoet pleitte altijd al voor één gezin, één plan. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is een plek waar veel kennis samenkomt en waar alle partijen die ertoe doen met elkaar samenwerken. Het zou goed zijn als gemeenten bij de inrichting van hun CJG de kennis en ervaring die Steunpunten Mantelzorg hebben op het gebied van jonge mantelzorgers meteen in huis zouden halen. Het realiseren van een CJG is ingewikkeld, samenwerken met verschillende organisaties is complex. Maar het betrekken van een Steunpunt Mantelzorg bij de ontwikkeling van je CJG maakt het niet extra moeilijk. Feitelijk gaat het erom dat je als gemeente één extra partner aan tafel vraagt, namelijk het Steunpunt Mantelzorg.”
Voorbeeldgemeente
Er zijn al gemeenten die in deze richting werken. “In de gemeente Den Haag heeft het bestaande Steunpunt Mantelzorg een presentatie gegeven aan CJG-medewerkers. Mantelzorg is vaak nieuwe materie voor medewerkers, maar zodra er voorbeelden worden gegeven, gaat de zaak leven. En er zijn in Den Haag inmiddels structurele afspraken gemaakt tussen het Steunpunt Mantelzorg en het CJG over doorverwijzen en kennis uitwisselen.”
Aansluiting ZAT en VIR
“Jonge mantelzorgers lijden vaak in stilte”, besluit Marloes Hooimeijer. “De meeste kans op signalering ligt bij jeugdartsen en huisartsen, maar ook bij het onderwijs. Leerkrachten moeten alert zijn op deze moeilijk zichtbare groep en doorverwijzen naar het ZAT. Overigens worden in de Handreiking voor het melden aan de verwijsindex ook de leefomstandigheden van jonge mantelzorgers genoemd. Via het CJG kan het Steunpunt Mantelzorg dan zó aanhaken bij ZAT en/of VIR. Dat is de weg die we zouden moeten gaan. En ik denk dat veel gemeenten en professionals dit ook wel willen. Het is geen onwil dat jonge mantelzorgers soms over het hoofd worden gezien. Het is onwetendheid. En daar kunnen wij met z’n allen dus iets aan doen.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten